HomeHomepagevrijdag 29 juni

vrijdag 29 juni

VRIJDAG 29 JUNI 2018
laagste temperatuur: 8,7°C Leeuwarden tot 16,4°C Vlissingen
hoogste temperatuur: 29,2°C Volkel tot 18,2°C Vlieland
zon: rond 15,5 uur o.a. Heino tot rond 9 uur Terschelling
geen neerslag
hoogste windstoot 51 km/uur Hoek van Holland
EEN JAAR GELEDEN 29 JUNI 2017
laagste temperatuur: 12,2°C Hupsel tot 16°C Lauwersoog
hoogste temperatuur: 23°C Vlissingen tot 19,0°C Stavoren
zon: ~4 uur Maastricht tot rond een kwartier Deelen
neerslag: nacht 4 mm Marknesse, overdag 7 mm Hupsel
hoogste windstoot 51 km/uur Wijk aan Zee

IN JULI MOET MEN VAN HITTE BRADEN WAT IN AUGUSTUS MOET WORDEN GELADEN ……… DIT JAAR IN JUNI!

ACTUEEL

In de nacht naar vrijdag 29 juni weinig tot geen bewolking. Vanaf de Noordzee was wel bewolking op weg richting Nederland, maar deze bereikte nog net niet de kustgebieden. De minimum-temperatuur kwam alleen op het KNMI-station Leeuwarden ruim onder de 10°C uit en op de KNMI-stations Maastricht en Vlissingen nog boven de 15°C. In de nacht naar vrijdag 29 juni minimum-temperaturen van 8,7°C op het KNMI-station Leeuwarden tot 16,4°C op het KNMI-station Vlissingen. In Borculo daalde de temperatuur tot 12,2°C. Neerslag viel er nergens.

In de nacht naar 29 juni 2012 hoge temperaturen, rond middernacht was het in Borculo nog 24°C. De temperatuur kwam in Borculo pas even na 5 uur onder de 20°C en het minimum in de nacht was uiteindelijk 18,8°C. Voor Borculo geen tropennacht, want dan had de temperatuur 20°C of hoger moeten zijn.

Onderstaande foto maakte ondergetekende vrijdag net over de grens van de Achterhoek met Duitsland nabij Ammeloe. Daar al diverse landerijen waar geoogst was.

Vrijdag 29 juni overdag in het algemeen zonovergoten, voor de noordelijke kustgebieden was er wel een bedreiging van bewolking vanaf zee. En dat gebeurde dan ook, in de middag trok er bewolking over de noordelijke kustgebieden en in combinatie met de noordenwind voelde het zelfs kil aan daar. De temperaturen liepen ook elders wat minder hoog op dan op de donderdag doordat de wind wat meer richting noord trok. In het Waddengebied bleef de temperatuur dan ook achter tot ruim onder de 20°C, rond 17 uur was het op Vlieland nog geen 16°C.
Vrijdag was ook de jaarlijkse ModderDag, van natuurlijke modder dit jaar geen sprake. We moesten de natuur dit jaar wel helpen daarbij.
In de volksweerkunde is juni de zomermaand, juli de hooimaand en augustus de oogstmaand! Maar bovenstaande foto in ogenschouw genomen zijn de zomerse grenzen dit jaar wel verlegd en daar komt voorlopig ook nog geen eind aan. De volksweerkunde kent ook de spreuk “in juli moet het van hitte braden wat in augustus moet worden geladen”! Dit jaar dus al veel vroeger in juni.

Landelijk liepen de maximum-temperaturen uiteen van 29,2°C op het KNMI-station Volkel tot 18,2°C op het KNMI-station Vlieland. Neerslag viel er overdag ook nergens. Veel KNMI-stations kwamen tot rond 15,5 uur zon, o.a. Heino. Daarentegen op het KNMI-station Terschelling rond negen uur zon. In Borculo een maximum-temperatuur van 28,8°C en daarbij 15,5 uur zon.

Onderstaande foto maakte Clemens van Rijthoven uit Wijk en Aalburg. Een jonge mus die even zijn kopje buiten de deur stak.

In 2015 op 29 juni de start van een hittegolf in Borculo, landelijk zou de hittegolf een dag later van start gaan. Maar ja, je weet pas dat je in een hittegolf zit als er vijf dagen boven de 25°C zijn gepasseerd en daarvan ook drie van 30°C of hoger. Het gebeurt dan ook regelmatig dat je achteraf al bent begonnen met de hittegolf, maar dat je dat pas weet als je aan de criteria voor een hittegolf hebt voldaan. Dan is het vaak ook zo dat het bij een hittegolf van vijf dagen het de volgende dag al weer is afgelopen omdat de temperatuur de 25°C niet haalde. Die kans zit er voor de komende periode ook wel in en dan met name voor het oosten en zuidoosten van het land. Voorlopig voor die regio’s dagelijks temperaturen van boven de 25°C, dan is het wachten tot de derde tropische dag voor een hittegolf. Het bereiken van die derde tropische dag lijkt nu groter te worden in de tweede helft van volgende week. Zo ja, dan zijn we in feite met de hittegolf woensdag 27 juni al begonnen toen de temperatuur voor veel plaatsen weer boven de 25°C kwam. Kunt U het nog volgen!
De hittegolf van eind juni 2015 duurde t/m 5 juli. Daarna in Borculo een hittegolf in juli 2016 van acht dagen en de laatste hittegolf had Borculo dit jaar in mei van zeven dagen. Landelijk de laatste hittegolf op het KNMI-station De Bilt was in juni/juli 2015.

Deze dagen loopt de teller van warmtepunten ook weer, vanaf 21- t/m 26 juni stond deze in Borculo stil. Juni 2018 telt inmiddels in Borculo 33 warmtepunten, vorig jaar over dezelfde periode 40 warmtepunten en in 2016 34. Gemiddeld telt juni in Borculo 21 warmtepunten, dat aantal werd voor het laatst in juni 2015 niet gehaald met 15 warmtepunten. Juni 2017 heeft voor Borculo het hoogste aantal warmtepunten sinds juni 1982 die tot 49 warmtepunten kwam.
De juni-maanden van 2012 t/m 2015 lagen onder het gemiddelde van 21 warmtepunten in Borculo. Juni 2012 had het laagste aantal warmtepunten met slechts 6,4 warmtepunten t/m 29 juni en dat zou nog oplopen tot 8,4 warmtepunten. Daarmee stond juni 2012 in Borculo niet meer onderaan, want dat is juni 1991 met geen enkele warmtepunt in Borculo. Juni 2012 is voor Borculo de juni-maand met het laagste aantal warmtepunten sinds juni 1999 die tot 7,6 warmtepunten kwam.

Op onderstaande foto een zonnebloem, weet U wat het bijzondere van een zonnebloem is?

Een prachtige bloem met een hele bijzondere eigenschap is de zonnebloem. Want overdag draait de zonnebloem op zonnige dagen mee met de zon van oost naar west. In de nachtelijke uren keert de zonnebloem terug naar de oostelijke stand. Dit wordt ook wel het heliotropisme genoemd. Dit verschijnsel komt bij sommige plantensoorten voor dat overdag de bloemen en soms ook de bladeren met de zon van oost naar west meedraaien. De plant reageert hiermee op het blauwe deel van het spectrum. Bij zonsopkomst keert de bloem of het blad terug naar de oostelijke stand. Sommige plantensoorten richten hun bloem of bladeren aan het begin van de ochtend loodrecht op de zon, dit wordt ook wel diheliotropisme genoemd en andere soorten doen dit aan het begin van de middag en dan spreken we van paraheliotropisme. Deze dagelijkse beweging van de zonnebloem is mogelijk omdat de stengel deels flexibel is en wel dat deel dat onder de bloemknop zit. Dat deel wordt ook wel de pulvinus genoemd en bevat een soort motorcellen die dit bewerkstelligen. Als de zonnebloem open gaat verstijft de pulvinus in de oostelijke stand. Daardoor wijzen bloeiende zonnebloemen de hele dag naar het oosten. De bloem kan wel een diameter bereiken van 30 centimeter.

HET WEER EEN JAAR GELEDEN

Een jaar geleden in de nacht naar donderdag 29 juni (2017) verliet de actieve regenstoring via het noorden het land en daarna droger met verspreid opklaringen. In de nacht naar donderdag 29 juni 2017 minimum-temperaturen van 12,2°C op het KNMI-station Hupsel tot 16°C op het KNMI-station Lauwersoog. In Borculo daalde de temperatuur tot 13,2°C. Neerslag viel er in de nacht naar donderdag 29 juni 2017 vier millimeter op het KNMI-station Marknesse. In Borculo viel geen neerslag in de nacht naar donderdag.

Onderstaande satellietfoto is van de vroege donderdagochtend 29 juni 2017, een opklaringsgebied in het westen dat reikte tot boven Overijssel.

Donderdag 29 juni 2017 overdag voor de meeste plaatsen nog overwegend droog tot later op de ochtend/middag. Donderdagochtend bereikte al wel een gebied met wat regen/buiige neerslag het zuiden van het land en dat trok langzaam verder noordwaarts. Deze bereikte Gelderland en ook de Achterhoek eind van de ochtend. In Borculo viel de eerste regen rond 12 uur. De bewolking had donderdag wel de overhand en in het algemeen dan ook af en toe wat zon, de meeste zon voor Zuid-Limburg. Alleen donderdagochtend klaarde het in een strook vanaf de regio Amsterdam/Schiphol naar het oosten toe enige tijd nog aardig op. Zo had het KNMI-station Heino rond 10 uur al 1,5 uur zonneschijn op de teller staan. De buien waren bij lange na niet zo heftig als de dag daarvoor,
Landelijk liepen de maximum-temperaturen uiteen van 23°C op het KNMI-station Vlissingen tot 19,0°C op het KNMI-station Stavoren. Het KNMI-station Hupsel ving de meeste neerslag overdag op met zeven millimeter. Het KNMI-station Maastricht had de meeste zonuren met rond vier uur, daarentegen op het KNMI-station Deelen rond een kwartier zon. In Borculo een maximum-temperatuur van 20,2°C en daarbij 0,6 uur zon. Verder viel er in Borculo overdag 5,4 millimeter.

EEN DUIK IN HET VERLEDEN

Onderstaande foto maakte Ans Prinsen uit Meddo bij Winterswijk op de avond van 28 juni 2015.

In Engeland heeft het in de avond van 28 juni 2012 werkelijk gespookt, daar viel hagel met een doorsnede van zes centimeter. Verder ontstond er ook nog een tornado met felle valwinden, alles wel heel lokaal.

In 2011 hoge temperaturen in de nacht naar 29 juni, in Borculo was het minimum 18,6°C. Dat werd uiteindelijk niet het minimum van het etmaal van 29 juni 2012, want overdag daalde de temperatuur nog tot 17,1°C als laagste temperatuur.

In 2000 in de nacht naar 29 juni aanzienlijk kouder met op het KNMI-station Gilze-Rijen een minimum in de weerhut van 3,5°C en aan de grond -1,9°C.

Hele zware buien vielen er ook in het noorden op 29 juni 1997, toen viel er in het Groningse Zuidhorn 64 millimeter in twee uur tijd en over het gehele etmaal bedroeg de oogst toen 83 millimeter.

In 1976 een landelijke hittegolf met vanaf 23 juni t/m 9 juli 17 dagen van boven de 25°C en 10 dagen boven de 30°C. Het KNMI-station De Bilt had in deze periode vanaf 29 juni 151 uur zon.

Op onderstaande foto het Europese Kampioenschap steppen die werd gehouden in Losser en Oldenzaal, daar hadden ze op 29 juni 2013 prima weer bij. Onderstaande foto maakte Johan Effing uit Losser.

ZWEEFVLIEGEN

Als het weer het toelaat zie je ze regelmatig vliegen, of beter gezegd zweven. We hebben het dan over zweefvliegtuigen zoals op onderstaande foto.

Om al zwevend in de lucht te kunnen blijven, maken de zweefvliegers dankbaar gebruik van thermiekbellen. Dit zijn in feite niets anders dan bellen van opstijgende lucht die ontstaan als de zon de aarde verwarmt. De aarde geeft op haar beurt de warmte weer af aan de lucht daarboven en deze lucht stijgt dan op. Op de ene plek zal dit wat makkelijker gaan dan op een andere plek. Zo warmt zandgrond vrij snel op en daarboven ontstaan dan ook vrij snel de eerste opstijgende luchtbellen. Zo zal boven het water van de zee zelden een krachtige thermiekbel te vinden zijn voor de zweefvliegers. Water warmt nu eenmaal veel langzamer op dan de aarde. Dit is ook één van de redenen waarom ooievaars bij hun trek naar het zuiden via een omweg langs de straat van Gibraltar of langs Libanon trekken in plaats van in een rechte lijn over de Middellandse Zee te vliegen.

Zo’n bel opstijgende lucht is vaak te herkennen aan de stapelbewolking die er boven hangt. Doordat de stijgende lucht in hogere en dus koudere luchtlagen terecht komt, ontstaat er condensatie van de waterdamp. Vogels en zweefvliegers laten zich in zo’n bel al cirkelend omhoog voeren door hun buitenste vleugelpunt hoger te heffen dan hun binnenste. Als de lucht in zo’n bel dan sneller stijgt dan dat de zweefvlieger daalt, dan zal deze aan hoogte winnen. Een globale waarde voor de stijgsnelheid in een thermiekbel is rond 14 kilometer per uur en de daalsnelheid ten opzichte van de lucht van de meeste zweefvliegtuigen is ongeveer 3,6 kilometer per uur. Dit geeft dan een stijgsnelheid van rond 10,5 kilometer per uur.
Door van de ene thermiekbel naar de andere te glijden, kunnen vogels en zweefvliegers zeer grote afstanden afleggen. De Britse zoöloog Colin Pennycuick, die bekend is om zijn onderzoek naar de zweeftechnieken van vogels, heeft eens 96 minuten lang een Rüppell-gier gevolgd. De vogel legde maar liefst 75 kilometer af door slechts in zes bellen op te stijgen tot een hoogte van niet minder dan 1500 meter.

error: Content Protected