HomeHomepagezaterdag 21 maart

zaterdag 21 maart

OP DE EERSTE ASTRONOMISCHE LENTEDAG NOG GEEN LENTE-TEMPERATUREN, HOE ANDERS WAS DAT IN 2013!

ZATERDAG 21 MAART 2020
KNMI-STATIONS
– laagste temperatuur: -1,3°C Nieuw Beerta tot 3,6°C Vlissingen
– a/d grond: -2,4°C Deelen, o.a. -1,9°C Nieuw Beerta
– hoogste temperatuur: 10,7°C Hoek van Holland, Maastricht tot 7,7°C Lauwersoog
– neerslag: nacht 2,9 mm Maastricht, overdag droog
– zon: 11,3 uur o.a. Herwijnen, Volkel tot 9,1 uur Maastricht
– hoogste windstoot 65 km/uur IJmuiden

WEERSTATION-BORCULO
laagste temperatuur: -1,1°C     hoogste temperatuur: 9,6°C
geen neerslag     zon: 10,6 uur     hoogste windstoot: 40,2 km/uur

EEN JAAR GELEDEN 21 MAART 2019
KNMI-STATIONS
– laagste temperatuur: 1,4°C Ell tot 8,3°C Berkhout
– a/d grond: -0,6°C Volkel
– hoogste temperatuur: 17,5°C Arcen tot 9,3°C Wijk aan Zee
– geen neerslag
– zon: 11 uur Maastricht tot zonloos W-Nederland
– hoogste windstoot 43 km/uur Vlieland

WEERSTATION-BORCULO
laagste temperatuur: 5,8°C     hoogste temperatuur: 15,7°C
geen neerslag     zon: 9,6 uur     hoogste windstoot: 26 km/uur

DATUMRECORDS 21 MAART BORCULO
maximum-temperatuur: 16,8°C in 2012 tot 1,6°C in 2001
minimum-temperatuur: -3,6°C in 2018 tot 8°C in 2010
natste dag: 23,6 mm in 2008
zonnigste dag: 11,8 uur in 2012

DATUMRECORDS 21 MAART KNMI-STATIONS
maximum-temperatuur: 20,8°C Maastricht in 1927 tot 0,5°C Eelde in 1917
minimum-temperatuur: -6,4°C Eelde in 1976 tot 11,6°C Wilhelminadorp in 1990
natste dag: 24,8 mm Lelystad in 2014

BIJZONDERHEDEN (ZATERDAG) 21 MAART

Onderstaande satellietfoto is van zaterdagochtend 21 maart, dat is lang geleden een nagenoeg onbewolkt Nederland.

– In de nacht naar zaterdag in het zuiden van het land, de kustgebieden en in de regio Lauwersoog geen vorst op waarnemingshoogte. Elders kwam het op uitgebreide schaal tot lichte vorst met de laagste temperatuur op het KNMI-station Deelen met -2,4°C. De oostelijke KNMI-stations Hupsel en Twente hadden op waarnemingshoogte respectievelijk -0,2°C en -0,9°C en aan de grond -1,3°C en -2,0°C. In Borculo -1,1°C op waarnemingshoogte en -1,8°C aan de grond.
Zaterdag overdag op de KNMI-stations Gilze-Rijen, Hoek van Holland, Maastricht, Westdorpe en Woensdrecht nog een maximum-temperatuur van boven de 10°C. De meeste zon was voor het westen en zuiden van het land, in het oosten en noordoosten stapelwolken die uitsmeerden en de zon toch enige tijd konden afschermen. De oost-/noordoostenwind blies er stevig op los en dat maakte voor het gevoel er niet plezieriger op. Op het IJsselmeer stond zelfs nog een harde wind, windkracht zeven.

– Borculo passeerde zaterdag 21 maart de grens van 150 uur zon in 2020, daarmee alleen in 2013 nog wat later het 150e uur zon en wel op 27 maart. De meest vroege datum van het 150e uur zon had Borculo in 2003 op 19 februari en vorig jaar op 26 februari.

– Voor Borculo was de -3,6°C op 21 maart 2018 goed voor een datumrecord voor het minimum, het oude record voor 21 maart was -3,5°C van 21 maart 1984. Voor Borculo was het de vijfde nacht op rij met een datumrecord voor het minimum! Met andere woorden, vanaf 17- t/m 21 maart waren de nachten in Borculo sinds 1981 niet eerder zo koud als in 2018!

– De zonnigste 21 maart voor Borculo blijft staan voor 2012, toen zonovergoten met 11,8 uur zon en daarmee de zonnigste 21e maart sinds 1995 voor Borculo. Zaterdag voor Borculo met 10,6 uur zon wel de zonnigste dag sinds 21 september vorig jaar toen de zon 12,1 uur scheen. Tot en met zaterdag 21 maart heeft de zon in Borculo dit jaar 70 uur geschenen. In 2017 scheen de zon vanaf 1- t/m 21 maart in Borculo 69 uur, in 2018 over dezelfde periode in Borculo 92 uur en in 2019 t/m 21 maart 44 uur. In de laatste maartdecade in 2017 maar liefst 87 uur zon en dat was ruim meer dan in de eerste twee decades samen.
Voor het KNMI-station De Bilt zagen we in 2017 een vergelijkbaar weerbeeld! Op het KNMI-station De Bilt in 2017 ook een stralende derde maartdecade met 93 uur zon. Sinds het begin van de 20e eeuw was deze periode alleen in 2003 en in 1933 met respectievelijk 96- en 98 uur nog zonniger. Totaal kwam het KNMI-station De Bilt in 2017 in maart tot 176 uur zon tegen normaal 122 uur. Daarmee kwam maart 2017 net in de top tien van zonnigste maartmaanden. De top tien van zonnigste maartmaanden wordt voor het KNMI-station De Bilt aangevoerd door de maartmaanden van 2003 en 2014 met respectievelijk 199- en 203 uren zonneschijn.

– De laatste decade van maart 2013 kende voor het KNMI-station De Bilt een etmaalgemiddelde van 0,3°C en werd de koudste sinds 1901! Het oude record was 1,2°C in 1922. Door een snijdende koude oostenwind lag de gevoelstemperatuur van 22- t/m 26 maart 2013  regelmatig tussen de -10°C en -15°C! De hoogste temperatuur in de laatste decade van maart 2013 was in Borculo slechts 6,2°C op 27 maart! Ja ja, U leest het goed, 6,2°C!

Onderstaande foto maakte Leen de Koning, de ooievaars stonden hoog en droog in de volle zonneschijn. Het enige minpuntje was mogelijk wel de wind die zaterdag uit de oost-/noordoosthoek behoorlijk stevig was en voor het gevoel zeker niet zo aangenaam.

IJZIG KOUDE START LENTEPERIODE

Op vrijdag 20 maart is de astronomische lente van start gegaan, de lente mag dan nu officieel op de kalender staan, maar dat wil nog niet zeggen dat het weerbeeld zich daar aan houdt! Een goed voorbeeld daarvan hadden we helemaal in maart 2013!
In 2013 in de nacht naar 21 maart minimum-temperaturen van -4,4°C op het KNMI-station Gilze-Rijen tot 1,3°C op het KNMI-station Vlissingen. Aan de grond had het KNMI-station Gilze-Rijen -6,9°C. In Borculo was de laagste temperatuur -0,7°C in de weerhut en aan de grond -2°C. In het noordoosten in de nacht naar 21 maart 2013 door een zwakke storing lokaal nog wat sneeuw. Zo werd het wit op Ameland en Terschelling.

 Op 21 maart 2013 stond Nederland aan het begin van een ijzig koude derde decade van maart 2013 met een doordringende koude oostenwind. Maart 2013 belandde daarmee in een omgekeerde wereld. Normaal loopt de gemiddelde temperatuur van begin maart naar eind maart op. Op het KNMI-station De Bilt bedraagt het decade-gemiddelde normaal van de eerste maart-decade 5,0°C, van de tweede decade 6,2°C en van de derde decade 7,2ºC. Maar in maart 2013 had de eerste decade een etmaalgemiddelde van 5,7ºC en daarmee iets te zacht. De tweede decade kwam uit op 1,6ºC en dat is ruimschoots te koud en de laatste decade kwam uit op 0,3°C en daarmee de koudste derde maart-decade. Het record voor de laatste decade van maart stond nog op 1,2ºC van 1922.

Onderstaande foto is van 29 maart 2013 in Neede, sneeuw!

NATUURBRANDEN

In 2018 rond deze tijd was er o.a. in Overijssel en Gelderland al regelmatig gewaarschuwd voor bos- en heidebranden toen het al enige tijd behoorlijk droog was. In 2016 hadden we dat ook ondervonden, toen op 19 maart was er een gebied van 300 vierkante meter natuurgebied in vlammen opgegaan langs de Zwemmer onder De Westereen. Men vermoedt dat de oorzaak brandstichting was. De volgende dag op 20 maart 2016 wederom een natuurbrand en wel in het natuurgebied aan de Rinewâl in Zwaagwesteinde.
Onderstaande foto’s zijn van de natuurbranden in het weekend van 19- en 20 maart 2016. De foto linksonder maakte Henk Koster van de brand langs de Zwemmer onder de Westereen en de foto rechtsonder maakte Pieter de Vries van de brand in het natuurgebied de Rinewal.
 

EEN DUIK IN HET VERLEDEN

In 2018 in de nacht naar 21 maart een koude nacht met lokaal matige vorst voor de tweede nacht op rij in het zuiden van het land. De laagste temperatuur van -5,1°C op het KNMI-station Arcen en aan de grond de laagste temperatuur op het KNMI-station Twente met -9,8°C. De oostelijke KNMI-stations Hupsel en Twente hadden minimum-temperaturen van respectievelijk -3,9°C en -4,9°C, daarbij aan de grond op het KNMI-station Hupsel -8,3°C. In Borculo daalde de temperatuur tot -3,6°C op waarnemingshoogte en aan de grond tot -5,2°C.

Onderstaande foto maakte Ans Prinsen uit Meddo bij Winterswijk op de ochtend van 21 maart 2016 rond 7.15 uur, vroeg bezoek van honderden meeuwen.

In 2014 t/m 21 maart was het opvallend dat het aanhoudend veel te zacht weer was. Op het KNMI-station De Bilt waren alle etmaalgemiddelden in 2014 vanaf 1 februari t/m 21 maart boven normaal. Een periode van 49 dagen. Nooit eerder was er een zo lange te warme periode. Hiervoor was dat van 15 januari t/m 1 maart 1990 met een lengte van 46 dagen.

Met de 11,4 millimeter op 21 maart 2014 passeerde Borculo de grens van 150 millimeter neerslag in 2014. In 1986 had Borculo de 150 millimeter neerslag al op 24 januari te pakken en in 1996 pas op 8 juni.

In 2013 werd op 21 maart om 7.25 uur het eerste kievitsei gevonden in Ede.

In 2012 werd op het KNMI-station De Bilt van 21 t/m 28 maart dagelijks meer dan 15°C gemeten. Verder scheen de zon bijna iedere dag meer dan 10 uur. Maart 2012 werd met een gemiddelde etmaaltemperatuur van 8,3ºC de op twee na warmste lentemaand samen met 1957 sinds 1901.

In 2011 in de nacht naar 21 maart lage temperaturen voor de tijd van het jaar. Het KNMI-station Twente was voor de tweede nacht op rij het koudste KNMI-station, toen met -5°C. Aan de grond nog kouder met -8,1°C op het KNMI-station Twente. In Borculo in de nacht naar 21 maart 2011 lichte vorst met -2,3°C en aan de grond -5,5°C.

Het gebeurt niet vaak dat in de nachtelijke uren het KNMI-station Twente de warmste plek is geweest. In de nacht naar 21 maart 2010 was dat wel het geval met 10,7°C als minimum op het KNMI-station Twente.

Ook in 2009 had Nederland een koude nacht naar 21 maart. Toen werd de laagste temperatuur van maart 2009 en van de hele lente van 2009 gemeten met in de weerhut op het KNMI-station Wijk aan Zee -5,3°C. In Borculo was het met -2,9°C ook de koudste nacht van maart 2009. Aan de grond nog veel lager, het KNMI-station Heino had aan de grond -9°C en de oostelijke KNMI-stations Hupsel en Twente hadden -8°C aan de grond. In Borculo nog -5,5°C op 10 centimeter boven het maaiveld in de nacht naar 21 maart 2009.

In 2011 in het Duitse middelgebergte nog aardig wat sneeuw, enkele sneeuwhoogtes in de ochtend van 21 maart 2011 waren:  Großer Arber 57 centimeter, Wendelstein 31 centimeter, Feldberg 16 centimeter.

Op 21 maart 1965 viel in Kerkwerve nog 19 millimeter regen en op het KNMI-station De Bilt bleef de temperatuur overdag al steken bij 4,3°C.

Op 21 maart 1926 in Akkrum een minimum-temperatuur van -5,1°C. Op het KNMI-station De Bilt scheen de zon toen 10,6 uur en daarmee de zonnigste 21 maart voor De Bilt.

START LENTE

Vrijdag 20 maart is de astronomische lente van start gegaan. Het is bekend dat de Britten van een mooie groene bloeiende tuin houden. Op basis van de bloeitijd hebben Britse wetenschappers geprobeerd om de start van de lente vast te stellen in de loop der jaren. Uit hun gegevens blijkt dat de Britse tuinen tegenwoordig twaalf dagen eerder in bloei staan dan in het midden van de jaren tachtig. Dit is vastgesteld op basis van de afgelopen 250 jaar. Deze cijfers werden met een computer vergeleken met alle Britse temperatuurgegevens, U moet daarbij weten dat de Britse weerdienst de oudste weerkundige databank heeft ter wereld. De meeste planten stonden tussen 1985 en 2009 gemiddeld op 20 mei in bloei en dat was sinds 1760 niet zo vroeg. Ruim 100 jaar geleden begon de lente 12,7 dagen later. Grofweg kan men de conclusie trekken dat per graad opwarming de bloei rond vijf dagen vroeger plaats vond.
Hieronder een foto van een bloeiende Engelse tuin, maar het had evengoed een foto vanuit Nederland kunnen zijn.

Maar de wereldwijde klimaatverandering zorgt in sommige delen van de wereld er nog wel voor dat de lente later begint. Dat is gebleken uit een Amerikaans onderzoek. Veel deskundigen gingen er tot nu toe van uit dat de opwarming van de aarde het begin van de lente juist versnelt. Door onderzoeken kwam men er achter dat in het zuiden van de Verenigde Staten de blaadjes elk jaar weer later aan de bomen verschenen. Uit studies blijkt meestal het tegenovergestelde, namelijk dat planten door de opwarming van de aarde eerder tot bloei komen. Het is niemand opgevallen dat het ook anders kan zijn. Men ontdekte deze tegenstelling nadat talloze satellietbeelden van de verandering der seizoenen waren bestudeerd. Deze foto’s, over een periode van 1982 tot 2005, tonen de verschillende herfst- en lentekleuren van bloemen en planten.
In gebieden boven de 40° noorderbreedte kregen de bloemen en planten over de gehele periode gezien gemiddeld 0,32 dagen eerder knoppen. Maar de planten en bloemen onder de 31° noorderbreedte kwamen juist 0,15 dagen later tot bloei. Het punt waar de klimaatverandering geen zichtbaar effect te zien gaf, ligt op 35° noorderbreedte.
De verklaring hiervoor is dat sommige bomen en planten juist een korte koude periode nodig hebben om tot bloei te kunnen komen. De noordelijke gedeeltes van het onderzochte gebied krijgen hiermee wel te maken, de zuidelijke gebieden niet en daardoor komen de knoppen ook wat later uit.

Hieronder een afbeelding die de verdeling van de breedtegraden laat zien.

error: Content Protected