HomeHomepagedinsdag 6 april

dinsdag 6 april

WAT EEN VERSCHIL IN TEMPERATUUR MET VORIG JAAR 6 APRIL!

DINSDAG 6 april 2021
KNMI-STATIONS
– laagste temperatuur: -1,7°C Nieuw Beerta tot 1,9°C Stavoren
– a/d grond: -1,6°C Deelen, Twente
– hoogste temperatuur: 6,5°C Eelde, Schiphol tot 2,8°C Maastricht
– neerslag: nacht 6,2 mm Rotterdam, overdag 8,6 mm Eindhoven
– zon: 9 uur Lauwersoog tot 2,9 uur Maastricht
– hoogste windstoot 96 km/uur Wilhelminadorp

WEERSTATION-BORCULO
laagste temperatuur: -0,6°C   a/d grond -2,2°C   hoogste temperatuur: 6,3°C
neerslag: 8,2 mm     zon: 5 uur     hoogste windstoot: 40,2 km/uur

EEN JAAR GELEDEN 6 APRIL 2020
KNMI-STATIONS
– laagste temperatuur: 4,1°C Hoogeveen tot 11,8°C Maastricht
– a/d grond: Ell -0,7°C, Hoogeveen 0,2°C
– hoogste temperatuur: 24,5°C Arcen tot 17°C Vlissingen
– neerslag: nacht droog , overdag 2,3 mm Den Helder
– zon: 12,3 uur Hupsel, Twente tot 6,7 uur Vlissingen
– hoogste windstoot 57 km/uur Vlieland

WEERSTATION-BORCULO
laagste temperatuur: 6,2°C     hoogste temperatuur: 23,4°C
geen neerslag     zon: 12,5 uur     hoogste windstoot: 30,6 km/uur

DATUMRECORDS 6 APRIL BORCULO
maximum-temperatuur: 23,4°C in 2020 tot 5,5°C in 1989
minimum-temperatuur: -3,1°C in 2000 tot 11,2°C in 1999
natste dag: 16 mm in 2004
zonnigste dag: 13 uur in 2002

DATUMRECORDS 6 APRIL KNMI-STATIONS
maximum-temperatuur: 24,5°C Arcen in 2020 tot 1,7°C Eelde in 1970 en Den Helder 1911
minimum-temperatuur: -5,6°C Maastricht in 1929 tot 12,4°C Maastricht in 1949
natste dag: 21,3 mm Gilze-Rijen in 1985

BIJZONDERHEDEN (DINSDAG) 6 APRIL

– In de nacht naar dinsdag minima van meest rond het vriespunt. Het KNMI-station Nieuw Beerta was de koudste met -1,7°C op waarnemingshoogte gevolgd door de KNMI-stations Deelen en Maastricht met -0,8°C. Aan de grond de koudste plekken op de KNMI-stations Deelen en Twente met -1,6°C. In de nacht naar dinsdag viel op veel plaatsen sneeuw die met name op grasvelden bleef liggen. Twee KNMI-stations hielden het in de nachtelijke uren na middernacht droog en dat waren Marknesse en Wilhelminadorp.
Dinsdag overdag een herhaling van het weerbeeld van maandag 5 april, verspreid talrijke winterse buien met (korrel)hagel, (korrel)sneeuw en natte sneeuw. Ook temperaturen ver beneden de normaal voor rond deze tijd van 12°C tot 13°C. De meeste plaatsen kwamen amper aan de helft daarvan. Voor Borculo met de hoogste temperatuur van 6,3°C nog niet eens een datumrecord dat staat op 5,5°C van 6 april 1989. Maar wat een verschil met vorig jaar 6 april toen Borculo tot een nieuw datumrecord kwam met 23,4°C. Landelijk bleef Zuid-Limburg wel ver achter met op het KNMI-station Maastricht slechts 2,8°C. De hoogste temperaturen werden bereikt over een strook vanaf de Achterhoek over de Veluwe/IJsselmeer naar Noord-Holland en in het noorden van Drenthe en Groningen. De minste zonuren in Zeeland en Zuid-Limburg.
De wind was het hele etmaal nadrukkelijk aanwezig, ook in de nachtelijke uren met o.a. op het KNMI-station Hoek van Holland windkracht 8 stormachtig met een windstoot van 84 kilometer per uur. Overdag ging het KNMI-station Wilhelminadorp daar overheen met 96 kilometer per uur. De meeste neerslag na middernacht tot dinsdagavond 19 uur viel op het KNMI-station Eindhoven met 10 millimeter.

Onderstaande foto maakte Peter de Vries in de omgeving Wilhelminaoord in Drenthe, dat kon ongetwijfeld op veel meer plaatsen op maandag 5 april en ook nog wel op dinsdag/woensdag 6- en 7 april.

– Vorig jaar in de nacht naar 6 april alleen op het KNMI-station Ell grondvorst met -0,7°C. Het KNMI-station Maastricht had met 11,8°C het hoogste minimum van de maand. Vorig jaar 6 april overdag de derde dag op rij met nagenoeg alleen maar zon, in Borculo de derde dag op rij met ruim 12 uur zon. De hoogste temperatuur werd bereikt op het KNMI-station Arcen met 24,5°C en dat werd een nieuw landelijk datumrecord voor 6 april, nooit eerder werd het zo warm op 6 april in Nederland. Het oude record was 23,1°C van het KNMI-station Volkel op 6 april 1961. Overigens op de meeste KNMI-stations werd vorig jaar 6 april een nieuw datumrecord bereikt. Het KNMI-station De Bilt had met 23,0°C een nieuw datumrecord, het oude record stond op 21,1°C van 6 april 1960. Het KNMI-station Hupsel kwam met 22,9°C tot een nieuw datumrecord, het oude record was 19,9°C van 6 april 2011. Het KNMI-station Twente kwam met 23,3°C tot een nieuw datumrecord, het oude record was 22,7°C van 6 april 1961.

Onderstaande foto maakte Peter de Vries vorig jaar op 6 april, de tureluur en de kwikstaart samen op de foto.

 – In Borculo vorig jaar 6 april met 23,4°C ook een nieuw datumrecord, het oude record stond op 20,7°C van 6 april 2009. Borculo passeerde vorig jaar 6 april ook de grens van 300 uur zon in 2020, daarmee stond 2020 in Borculo op een achtste plek in de lijst van meest zonnige jaren tot dan. In 2003 op 18 maart al 300 uur zon en in 2001 pas op 30 april 300 uur zon. Nu in 2021 t/m 6 april in Borculo 309 uur zon.

– In 2018 in de nacht naar 6 april de laagste temperatuur van -2,9°C op het KNMI-station Twente en aan de grond -7°C. Op het KNMI-station Eelde aan de grond -5,9°C en op waarnemingshoogte -2,3°C. Het KNMI-station Hupsel had op waarnemingshoogte -2,1°C en aan de grond -4,5°C. In Borculo daalde de temperatuur tot -1,2°C op waarnemingshoogte en aan de grond tot -2,8°C. Overdag ging het KNMI-station Twente van -2,9°C naar 15,1°C en daarmee een amplitude van 18°C!

Onderstaande foto maakte Frans Sijmons uit Klausheide van een paardenbloem, die soms op de meest vreemde plaatsen tevoorschijn komen.

UV-INDEX

In de laatste dagen van maart met nagenoeg alleen maar zonneschijn was het al goed te merken dat deze aan kracht wint nu het voorjaar vordert. Daarmee begint ook het seizoen weer van op tijd smeren als men lang in de zon verblijft. De zonkracht kan rond deze tijd al weer oplopen tot vier tot vijf! En zeker met zoveel zon als in de laatste dagen van maart in combinatie met de huid die nog maar weinig zon heeft gezien kan men snel verbranden!
Met het vorderen van de tijd loopt de UV-index ook verder op. Dinsdag 6 april kwam de UV-index in Borculo tot 2,7. Rond deze tijd in 2011 was de UV-index in Borculo al opgelopen tot 5,2. Dan is verantwoord zonnen hooguit 15-25 minuten, bij een UV-index van ruim 5 kan men pal in de zon na 15-25 minuten al verbrandingsverschijnselen oplopen. Maar in 2012 rond deze tijd een hoogste UV-index in Borculo van slechts 1,9. Dit verschil van jaar tot jaar in de hoogte van de UV-index heeft te maken met de hoeveelheid UV-straling die de aarde bereikt. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid bewolking, vocht en stof in de atmosfeer en ook van de hoeveelheid ozon. De op grote hoogte in de atmosfeer aanwezige ozonlaag beschermt het aardoppervlak tegen UV-straling.

Onderstaand plaatje geeft de UV-index weer voor deze dagen waar de zon goed tevoorschijn komt.

De temperatuur heeft geen enkele directe invloed op de zonkracht. Op een koele, zonnige dag kan de zonkracht even sterk of sterker zijn dan op een warme dag. Wel geldt in Nederland en België dat in warme jaargetijden de zon een grotere hoogte kan bereiken en er gemiddeld minder bewolking aan de hemel is, twee factoren die op de zonkracht wel van invloed zijn. De maximale UV-index voor Nederland is hooguit 9 tot 10. In landen dichter bij de evenaar en in de bergen kan de zonkracht een waarde van 15 of hoger halen. In de buurt van de evenaar komt dat doordat de zon hoger aan de hemel staat, waardoor de zonnestralen minder gebroken worden door de atmosfeer. In de bergen omdat de atmosfeer daar veel minder dik is.

Onderstaande foto maakte Peter de Vries van de Japanse Bloesemtuin in het Amsterdamse Bos, een echte bloesemtuin.

TEMPERATUREN BOVEN DE 18ºC

In 2016 t/m 6 april was de temperatuur in Borculo nog maar op één dag uitgekomen boven de 18°C, de teller stond toen op slechts zes uur boven de 18°C. In 2017 over dezelfde periode in Borculo de teller op 26 uur boven de 18°C, maar daarvan nog niet boven de 18°C in april. In 2018 waren we nog helemaal niet boven de 18°C uitgekomen t/m 6 april, de hoogste temperatuur was in Borculo nog 17,3°C van 3 april! In o.a. de jaren 2015, 2013, 2008, 2006, 1997 en 1996 t/m 6 april was de temperatuur nog niet boven de 18°C uitgekomen. In 2019 lukte het allemaal wat beter, t/m 6 april was de temperatuur in Borculo negen uur boven de 18°C uitgekomen, in 2020 over dezelfde periode 14 uur en nu in 2021 inmiddels 26 uur. Maar nog geen vergelijk met de koploper 2014 t/m 6 april met 55 uur boven de 18°C.

In 2014 hadden we vanaf 29 maart t/m 3 april zes dagen op rij van boven de 18°C en vorig jaar van 5- t/m 12 april acht dagen. Gemiddeld komt de temperatuur in april in Borculo 54 uur boven de 18°C uit. In april 2011 in Borculo bijna 155 uur een temperatuur boven de 18°C. Het hoogste aantal uren boven de 18°C in april had april 2007 in Borculo met 159 uur. Maar het kan soms ook zwaar tegen zitten in april, zo lag de temperatuur in de aprilmaanden van 1989, 1992 en 1997 nog geen seconde boven de 18°C in Borculo. April 1992 heeft voor april voor Borculo het laagste maximum van de maand met 17°C. In 2017 in april kwam de temperatuur in Borculo op 9 april voor het eerst boven de 18°C en daarna pas weer op 30 april. Totaal in 2017 in april nog 11,5 uur boven de 18°C. In 2018 kwam april in Borculo totaal tot 107 uur boven de 18°C, in april 2019 106 uur en april 2020 116 uur.

Ook in maart komt de temperatuur in Borculo gemiddeld nog bijna rond zes uur boven de 18°C uit. Dat lukte vorig jaar niet, de hoogste maarttemperatuur in 2020 in Borculo was 17,1°C. In maart 2019 kwam de temperatuur in Borculo 7,9 uur boven de 18°C uit, in maart 2018 lukte dat niet met geen seconde boven de 18°C, maart 2017 kwam nog tot 25,5 uur boven de 18°C uit en daarvoor moeten we terug naar maart 2014 met 34,5 uur boven de 18°C. Maart 2014 heeft voor Borculo het hoogste aantal uren boven de 18°C voor maart met 35 uur.

Op onderstaande foto een bloeiende sleedoorn, staat er nog statig bij op de foto! Toch kan nachtvorst nog veel schade aanrichten, ook de IJsheiligen in mei zijn nog niet voorbij!

EEN DUIK IN HET VERLEDEN

In 2017 in de nacht naar 6 april grondvorst in het zuiden van Brabant. Op waarnemingshoogte de laagste temperatuur van 1,7°C op het KNMI-station Gilze-Rijen en aan de grond -0,8°C. Verder ook grondvorst op de KNMI-stations Eindhoven en Woensdrecht met -0,6°C.

In de nacht naar 6 april 2015 de laagste temperatuur van -1,5°C op het KNMI-station Woensdrecht. Aan de grond op het KNMI-station Eindhoven met -4,3°C de laagste temperatuur.
Onderstaande foto maakte Johan Effing uit Losser op 6 april 2015, kletsnatte weilanden daar.

Onderstaande foto maakte Arie Verrips tijdens de paasdagen van 2015 (5- en 6 april). Op de foto dotterbloemen nabij het Naardermeer. De dotterbloemen waren in 2014 al begin maart te zien, de natuur liep t.o.v. 2014 dan ook rond drie tot vier weken achter in de provincie Utrecht. Zo was er rond 13 maart 2014 al volop fruitbloesem, in 2015 was er nog niets.

Het KNMI-station Twente had in de nacht naar 6 april 2014 in de weerhut 4,8°C en aan de grond bijna grondvorst met +0,2°C.

In 2013 op 6 april met drie uur zon kwam Borculo over de grens van 200 uur zon in 2013 en daarmee was 2013 voor Borculo het op één na somberste jaar. Alleen 2000 was nog net wat somberder, toen werd de grens van 200 uur zon bereikt op 7 april, een dag later dan in 2013.

In 2012 in de nacht naar 6 april koud met op het KNMI-station Terschelling -3,4°C. Aan de grond was het KNMI-station Eelde de koudste met -6,1°C. Landelijk was het de derde nacht van april 2012 met vorst in de weerhut.

In 2000 noteerde het KNMI-station Deelen op 6 april met -4,6°C de laagste temperatuur van april 2000.

Het kan in april soms nog flink sneeuwen. In 1917 kwam op het KNMI-station De Bilt op 10 dagen sneeuwval voor en op 6 april 1970 sneeuwde het in Groningen maar liefst 15 uren achtereen en bleef de thermometer op Eelde steken bij maximaal 1,7ºC.

Op 6 april 1911 op het inmiddels opgeheven KNMI-station Winterswijk nog matige vorst met -5,5°C.

Op onderstaande foto de Dinkel die door Twente loopt en die had nog niet veel last van de droogte, foto maakte Johan Effing uit Losser op 6 april 2014.

DE REE

Wat is er met de reeën aan de hand?

Het schijnt dat door de opwarming van de aarde de reeën-stand wordt bedreigt. Doordat de lente door de opwarming eerder begint, maar de reeën hun jongen niet vroeger krijgen, missen de jonge dieren de vruchtbare tijd om voldoende voedsel te vinden. Steeds meer pasgeboren reeën overleven dat niet. Het schijnt dat reeën, anders dan veel andere diersoorten, moeite hebben om zich aan te passen aan de opwarming van het klimaat.

error: Content Protected