HomeHomepagemaandag 19 juli

maandag 19 juli

DE DATUM 19 JULI DE START VAN DE HONDSDAGEN-PERIODE!

MAANDAG 19 JULI 2021
KNMI-STATIONS
– laagste temperatuur: 10,1°C Wijk aan Zee tot 16,7°C Vlissingen
– hoogste temperatuur: 25,3°C Westdorpe tot 19,2°C Terschelling
– geen neerslag
– zon: 13,4 uur Wilhelminadorp tot 3,1 uur Nieuw-Beerta
– hoogste windstoot 47 km/uur Den Helder

WEERSTATION-BORCULO
laagste temperatuur: 12,8°C     hoogste temperatuur: 23,2°C
geen neerslag     zon: 3,2 uur     hoogste windstoot: 22,5 km/uur

EEN JAAR GELEDEN 19 JULI 2020
KNMI-STATIONS
– laagste temperatuur: 10°C Westdorpe tot 17°C Lauwersoog
– hoogste temperatuur: 27,6°C Arcen tot 20°C Den Helder
– zon: 11,1 uur Eindhoven tot 1,7 uur Wilhelminadorp
– neerslag: nacht 0,1 mm Terscheling, overdag 2,2 mm Hoek van Holland
– hoogste windstoot 47 km/uur Vlieland

WEERSTATION-BORCULO
laagste temperatuur: 14,8°C     hoogste temperatuur: 27°C
geen neerslag     zon: 7 uur     hoogste windstoot: 29 km/uur

DATUMRECORDS 19 JULI BORCULO
maximum-temperatuur:  35,9°C in 2006 tot 16°C in 1984
minimum-temperatuur: 7,9°C in 1996 tot 19,9°C in 2014
natste dag: 29,2 mm in 2001
zonnigste dag: 15,6 uur in 2006

DATUMRECORDS 19 JULI KNMI-STATIONS
maximum-temperatuur: 37,1°C Westdorpe in 2006 tot 13,7°C Den Helder in 1907
minimum-temperatuur: 3,0°C Twente in 1971 tot 21,1°C Gilze-Rijen in 2014
natste dag: 61,2 mm De Bilt in 1966

BIJZONDERHEDEN (MAANDAG) 19 JULI

In de nacht naar maandag vanuit het noorden bewolking en dat met name over de noordelijke helft van het land, verder zuidwaarts brede opklaringen. In de nacht naar maandag de laagste temperaturen op waarnemingshoogte van 10,1°C op het KNMI-station Wijk aan Zee gevolgd door 10,7°C op het KNMI-station Deelen. De hoogste minima van 16,7°C op het KNMI-station Vlissingen gevolgd door 16,6°C op het KNMI-station Lauwersoog. De KNMI-stations Hupsel en Twente hadden minima van respectievelijk 11°C en 10,8°C. In de nacht naar maandag geen neerslag.

Maandagochtend de meeste bewolking in de noordelijke helft van het land, maandagmiddag kreeg de zon in het grootste deel van het land meer ruimte. Alleen in een strook over het midden van het land en in het oosten van het land viel het tegen met de zon. De meeste zon over de gehele dag genomen was voor het noordwesten en zuiden van het land met rond 11 tot 13 uur, in het oosten en noordoosten van het land rond 3 tot 5 uur. De bewolking behoorde bij een koufront waarachter koelere lucht het land instroomde. Werd in het weekend op veel plaatsen de zomerse grens van 25°C overschreden, dat lukte maandag alleen op het KNMI-station Westdorpe. In het Waddengebied bleef de temperatuur onder de 20°C. Uit de bewolking viel geen neerslag.
De hoogste temperaturen van 25,3°C op het KNMI-station Westdorpe gevolgd door 24,8°C op het KNMI-station Woensdrecht. De laagste maxima van 19,2°C op het KNMI-station Terschelling gevolgd door 19,8°C op de KNMI-stations Lauwersoog en Stavoren. De KNMI-stations Hupsel en Twente hadden maxima van respectievelijk 21,5°C en 22,1°C.

Onderstaande satellietfoto is van maandagochtend, met de bewolking een tweedeling in het land. Het zuiden van het land begon vrij snel met zon, in de middag volgde ook het noordwesten/noorden van het land. In het midden en oosten van het land bleef de bewolking hardnekkig en daar kwamen de brede opklaringen pas tegen en in de avond.

– In 2017 op 19 juli met 32,1°C op het KNMI-station Twente de hoogste temperatuur van de maand.

– In 2014 op 19 juli op het KNMI-station Hoek van Holland met 36,5°C de hoogste temperatuur van het jaar. Op het KNMI-station Den Helder werd het 34,6°C en op het KNMI-station Vlieland 31,9°C en voor beide stations werd het nooit eerder zo warm.

– In 2006 op 19 juli op het KNMI-station Westdorpe met 37,1°C de hoogste temperatuur van het jaar.

– In 1971 op 19 juli op het inmiddels opgeheven KNMI-station Dedemsvaart op waarnemingshoogte 0,7°C en dat is altijd nog de laagste temperatuur voor de tweede juli-decade. In die nacht aan de grond op het KNMI-station Rotterdam nog grondvorst met -1,2°C, ook op het inmiddels opgeheven KNMI-station Valkenburg in Zuid-Holland grondvorst met -0,3°C.

HONDSDAGEN

De benaming “hondsdagen” is ontleend aan de hondsster Sirius. De hondsster Sirius is in de ochtendschemering zichtbaar op onze breedte tussen 19 juli en 18 augustus. In deze periode, die soms ook wel iets eerder of later begint, komt de heldere ster Sirius van het sterrenbeeld de Grote Hond gelijk met de zon op. Zodoende is Sirius volgens de Griekse mythologie de hond van Orion niet te zien. Toen Orion stierf kreeg hij met zijn hond Sirius een plek aan de hemel. In Nederland is Sirius op zijn vroegst op 25 augustus weer zichtbaar.

Voor onze voorouders, die nog niet over koelkasten beschikten, was de hondsdagenperiode de tijd waarin levensmiddelen en vooral melk snel bedierven. Veel mensen associëren de hondsdagen met de aanwezigheid van veel insecten, met name muggen en vliegen.
In verschillende landen had men vroeger de gewoonte om honden tijdens de hondsdagen te muilkorven uit vrees voor hondsdolheid. Maar de hondsdagen hebben verder niets te maken met honden, al kan het tijdens onweer “hondenweer” zijn. Het woord “honde(n)weer”, is afgeleid van het oud-Nederlandse woord “ondewee” dat slecht weer betekent.
Voor de oude Egyptenaren vielen de hondsdagen samen met de jaarlijks terugkerende overstroming van de Nijl. Deze volgde altijd zo’n 15 dagen nadat Sirius weer zichtbaar was geworden.
Vroeger ging men ervan uit dat het weer tijdens de hondsdagen het weer tijdens de nazomer en herfst zou kunnen voorspellen. Zo is er een weerspreuk die zegt:
“Komen de hondsdagen met veel regen, dan gaan we slechte tijden tegen, maar komen de hondsdagen helder en klaar, verwacht dan maar een gunstig jaar”.
Een belangrijke spreuk is er ook voor de 20e juli, de naamdag van Sint Margriet:
– Regent het op Sint Margriet, dan regent het zes weken dat het giet!
– Is het droog weer met Sint Margriet, dan regent het zes weken niet!
– Margriets regen brengt nooit een zegen!

EEN DUIK IN HET VERLEDEN

In 2003 had het IJsselmeer rond 19 juli een temperatuur van 22°C-24°C.

In 2001 op 19 juli op diverse plaatsen onweer, ook in Borculo. In Wageningen kwam het nog tot een windhoos. Op Terschelling viel 91 millimeter neerslag en daarvan 70 millimeter in twee uur tijd.

In 1995 op 19 juli op het KNMI-station De Bilt de start van 38 warme dagen op rij t/m 26 augustus.

In 1994 op 19 juli op het KNMI-station De Bilt de start van 13 zomerse dagen op rij t/m 31-juli.

In 1966 op 19 juli viel op het KNMI-station De Bilt 61,2 millimeter neerslag en dat is voor De Bilt nog steeds het datumrecord. Het regende toen in De Bilt 23 uur. In Almelo viel die dag 66 millimeter.

INVLOED TEMPERATUREN

Hieronder zie je een opmerkelijke foto van het aardoppervlak. De foto is gemaakt door de MODIS-satelliet van de NASA, de kleuren geven de gemiddelde jaartemperaturen weer.

Een verandering in het noorden van de Atlantische regio zal ook het zuiden beïnvloeden en bijgevolg het weer over de hele wereld overhoop gooien. Dat wordt beweerd door wetenschappers die de zuidelijke Atlantische Oceaan onderzochten in verband met de vorige IJstijd. Als het in het noorden plotseling kouder of warmer wordt, zal dat het tegenovergestelde effect in het zuiden hebben. De studie is een bevestiging van wat wetenschappers al langer vermoeden, maar het is de eerste keer dat ze kunnen aantonen dat het noorden een sterke invloed heeft op het zuiden. Volgens de universiteit van Cardiff zal klimaatverandering dan ook geen plaatselijk fenomeen zijn. Uiteindelijk zal de hele wereld er aan moeten geloven. Als de golfstroom bijvoorbeeld zou vertragen, kan dat enorme gevolgen hebben. De golfstroom houdt het noorden van Europa warm. De Noorse hoofdstad Oslo ligt even ver in het noorden als sommige delen van Alaska, maar dankzij de golfstroom is het er een stuk warmer. Volgens het klimaatpanel van de Verenigde Naties is de kans heel klein dat de golfstroom tot stilstand zou komen, maar een vertraging is wel mogelijk. Daardoor zou het in Europa flink kunnen afkoelen, terwijl het zuiden juist warmer zou kunnen worden. De golfstroom haalt immers warm water uit het zuiden van de oceaan.
Ook smeltwater van de Groenlandse ijskap kan van grote invloed zijn op de golfstroom. Als het zoete smeltwater in de oceaan stroomt dan wordt het oceaanwater minder zout en dat heeft gevolgen voor de warme golfstroom die daardoor afzwakt en mogelijk zelfs verdwijnt.

error: Content Protected