MET FRAAI WEER DANSENDE LAMMETJES IN MAART,
MAAR VAAK PAKT APRIL DE LAMMETJES NOG WEL BIJ HUN STAART!
BIJZONDERHEDEN 1 APRIL
Voor weer-info klik op onderstaande links:
KNMI WEERPLAZA WEERONLINE KMI-BELGIE WEER.NL WEERNIEUWS-VERWACHTING
Voor extremen etmaal KNMI-stations klik op één van onderstaande links:
temp/neerslag dag/nacht temp/neerslag/wind uren zon een jaar geleden: De Bilt
Woensdag 1 april de laagste temperatuur van -2,4°C op het KNMI-station Twente en daarmee een heel groot verschil met de start van april 30 jaar geleden in 1996!
In 1996 op 1 april op het KNMI-station Twente -8,8°C als minimum-temperatuur en daarmee de laagste temperatuur voor de eerste decade van april voor Nederland sinds 1901 en de laagste temperatuur van april 1996.
Borculo begon april de grasmaand ook met vorst en wel -1,2°C op waarnemingshoogte en aan de grond -1,9°C. Borculo had op 1 april 1996 -6,1°C op waarnemingshoogte en dat is het datumrecord voor Borculo voor 1 april. De KNMI-stations Hupsel en Twente hadden met de start van april 2026 matige vorst aan de grond met respectievelijk -6,0°C en -5,4°C.
De kop is er af van dé overgangsmaand van het jaar en daarmee doelen we op april de grasmaand. Een maand die in staat is om voorzomerse condities te genereren. Het is echter ook de maand van soms markante sneeuwsituaties zoals op 11 april 1978 met 18 centimeter sneeuw in Wognum en zware schadelijke nachtvorsten. Soms kan april de grasmaand het presteren om voorzomer en winterweer in ongeveer een week tijd op het weermenu te zetten. Dat was in 1991 het geval, toen onder een wolkenloze hemel werd het op 13 april 22,1ºC op het KNMI-station De Bilt. Maar op 20 en 21 april met de minimum-temperaturen datumrecords met respectievelijk -3,4°C en -4,8ºC. Landelijk liepen de uitersten op de KNMI-stations in april 1991 uiteen van 23,2ºC op 12 april in Wilhelminadorp tot -7,9ºC op 21 april in Heino.
Onderstaande foto’s maakte Peter de Vries. Met april op de kalender de spreuk waar de Volksweerkunde vaak voor waarschuwt, teweten:
“Met fraai weer dansende lammetjes in maart, pakt april de lammetjes nog wel eens bij hun staart!”

Onderstaande foto maakte Frans Sijmons in Klausheide, daar op 1 april 2018 grote sneeuwvlokken! Iets zuidelijker in Twente viel naast natte sneeuw ook ijsregen.

SNEEUW OP 1 APRIL 2022, GEEN 1 APRILGRAP
In 2022 op 1 april was het opvallend het bijzonder kleine verschil tussen de laagste- en hoogste minimum-temperatuur van nog geen 2°C. Namelijk -0,8°C op het KNMI-station Deelen tot +0,8°C op het KNMI-station Lauwersoog. Aan de grond waren de verschillen ook vrij klein van -0,7°C op de KNMI-stations Hoogeveen en Twente tot +3,2°C op het KNMI-station Lauwersoog. Merkbaar gevoeliger was de gevoelstemperatuur in de ochtend van 1 april 2022 door de matige tot vrij krachtige noordoostelijke wind landinwaarts met windkracht 4 tot 5 gevoelstemperaturen van rond -7°C. De hoogste windsnelheid werd bereikt in de regio Hoek van Holland en op het IJsselmeer met windkracht 8 een stormachtige wind.
Overdag op 1 april 2022 lagen de hoogste temperaturen aanzienlijk verder uit elkaar dan de nachtelijke minima, zowel in getal als ligging en wel met 7,2°C op het KNMI-station Vlieland tot 1,8°C op het KNMI-station Maastricht. Voor het KNMI-station Maastricht met 1,8°C een nieuw datumrecord en ook een nieuw landelijk datumrecord. Het oude datumrecord voor het KNMI-station Maastricht was 3,4°C van 1 april 1963 en het oude landelijk datumrecord was 2,5°C van 1 april 1963 op het KNMI-station Eelde.
Borculo kwam op 1 april 2022 niet hoger dan 3,7°C en dat betekende ook een nieuw datumrecord, het oude datumrecord stond op 4,2°C van 1 april 1996.
Neerslag viel op 1 april 2022 in de nachtelijke uren 14,4 millimeter op het KNMI-station Schiphol. Over het etmaal van 1 april 2022 viel in Siebengewald in het noorden van Limburg 31 millimeter aan neerslag.
Onderstaande foto maakte ondergetekende op 1 april 2022 van sneeuw, op veel plaatsen in het oosten van het land lag op 1 april 2022 wat sneeuw op de landerijen. De hoeveelheid sneeuw in het oosten van het land was duidelijk minder dan volgens de verwachting. De verklaring hiervoor was dat in de avond en nacht naar 1 april 2022 vanuit Duitsland een gebied met zachtere lucht in de hogere luchtlagen tijdelijk het oosten van het land introk en daarmee viel de meeste neerslag een groot deel van de avond/nacht in (natte) sneeuw/regen. Veel meer sneeuw elders in het land, zo lag er in de regio Arnhem/Nijmegen, de Veluwe en in het noorden van het land op veel plaatsen rond 10 centimeter, op de Posbank bij Arnhem rond 15 centimeter en Rheden spande de kroon met 17 centimeter.

Op het KNMI-station De Bilt lag op 1 april 2022 twee centimeter sneeuw en daarmee was sinds 11 april 1978 niet zoveel sneeuw gevallen op het meetveld van het KNMI-station De Bilt. Op 11 april 1978 lag op het meetveld van het KNMI-station De Bilt acht centimeter sneeuw en op 12 april 1978 lag er nog twee centimeter sneeuw. Daarna op het meetveld van het KNMI-station De Bilt alleen sprake van een gebroken sneeuwdek in april in 1998, 1999 en 2021. Op 4 april 1935 lag er nog zeven centimeter sneeuw op het meetveld van het KNMI-station De Bilt.
EEN DUIK IN HET VERLEDEN
Onderstaande foto’s maakte Peter de Vries, linksonder is van 30 maart 2018 en rechtsonder van 22 maart 2017. In 2018 liep de natuur duidelijk achter.

Op onderstaande foto’s zijn van 1 april 2017, linksonder een bloeiende krentenboom in de regio Kudelstaart, foto is gemaakt door Peter de Vries. Rechtsonder een bloeiende pirus in de regio Breda, foto is gemaakt door Corry van Hoogenloon. Een groot verschil met 1 april 2018, toen stond er nog maar heel weinig in bloei!

In 2016 in de nacht naar 1 april de laagste temperatuur van -2,2°C op het KNMI-station Eelde en aan de grond daar -5,5°C. In het oosten had het KNMI-station Twente nog wel lichte vorst op waarnemingshoogte met -0,5°C, het KNMI-station Hupsel bleef net boven het vriespunt met 0,3°C. Aan de grond op beide KNMI-stations wel grondvorst, het KNMI-station Twente met -3,9°C en het KNMI-station Hupsel met -1,1°C. In Borculo daalde de temperatuur tot 0,8°C in de weerhut en aan de grond tot -0,7°C.
Opmerkelijke verschillen in Duitsland in 2016 rond deze tijd! Op 30 maart 2016 in het zuiden van Duitsland in Wielenbach 24,7°C! Maar in de ochtend van 1 april 2016 in het midden van Duitsland sneeuw met in Neuastenberg 20 centimeter sneeuw en in Erfurt een sneeuwdek van 13 centimeter, in de winterperiode daarvoor was er niet zoveel sneeuw gevallen. Voor Erfurt overigens geen record, want op 3 april 1984 lag daar 24 centimeter sneeuw. Ook in de Ardennen en de Eifel viel sneeuw, in de Eifel ook nog rond tien centimeter. Onderstaande foto is van Neuastenberg, daar lag lokaal zelfs 20 centimeter sneeuw.

Op 1 april 2013 schaatsten twee waaghalzen over de randen van het deels bevroren Schildmeer. Natuurijs op 1 april en dat was geen 1 aprilgrap.
April 2011 opende op 1 april met de eerste tropische temperaturen van 2011 in het zuiden van Europa. Zo noteerde in Spanje Sevilla 30,3ºC en Santander 30,4ºC. In Portugal in Ovar 30,6ºC en in Bilbao 30,7ºC.
In 2009 op 1 april daalde de temperatuur op het KNMI-station Twente naar -1,7°C en dat was tevens de laagste temperatuur van april 2009.
Op 1 april 2001 in Soerendonk een maximum-temperatuur van 19°C en een dag later zelfs 24,2°C! De rest van april 2001 stelde niet veel voor. Het gezegde “Eén zwaluw maakt nog geen zomer, kwam weer eens uit”.
In 1996 op 1 april op het KNMI-station Twente -8,8°C als minimum-temperatuur en daarmee de laagste temperatuur voor de eerste decade van april voor Nederland sinds 1901 en de laagste temperatuur van april 1996. Verder stond in Borculo het etmaalgemiddelde van 1996 op 1 april nog maar op 0,6°C en dat is het laagste over de eerste drie maanden voor Borculo sinds 1981.
Op onderstaande foto zon dat werd gezien vanuit het ISS-ruimtestation. Foto is afkomstig van de NASA.

In 1975 vanaf 1 april tot 11 april op het KNMI-station Deelen nog negen sneeuwdekdagen, dat is nog steeds een record voor Deelen.
Op 1 april 1965 daalde de luchtvochtigheid op het KNMI-station De Bilt tot 6%. Dat is nog steeds het absolute record voor de Bilt. Venlo noteerde die dag een luchtvochtigheid van slechts 4%.
Op 1 april 1960 werd de eerste weersatelliet gelanceerd. De TIROS-1 had als opdracht de aarde te bekijken en de wolkenformaties zichtbaar te maken.
Op 1 april 1942 in Hatert met 18 millimeter de grootste neerslagaftapping van de maand.
In 1922 op 1 april op het KNMI-station De Bilt een minimum-temperatuur van -5,8°C en dat werd door de homogenisatie van data door het KNMI sinds 2016 herleid tot -6,1°C. Op de inmiddels opgeheven KNMI-stations Winterswijk en Warnsveld minimum-temperaturen van respectievelijk -5,7°C en -7,4°C. De -7,4°C op het opgeheven KNMI-station Warmsveld werd de laagste temperatuur van de maand.
Op 1 april 1674 wandelden nog 50 mensen van het eiland Wieringen over het ijs naar Medemblik en zelfs op 3 april trokken nog zes mannen van Uitdam over het ijs van de Gouwzee naar Marken.
STOFDEELTJES ALS NEERSLAGMAKER
Wist U dat stofdeeltjes en neerslag wat met elkaar te maken hebben?
Een wolk is een verzameling uiterst kleine waterdruppeltjes, ijskristallen of een mengsel van beide. Wolken veranderen voortdurend onder invloed van luchtstromingen en natuurkundige processen. In de meteorologie worden verschillende wolkentypes onderscheiden, bijvoorbeeld naar hoogte, vorm, structuur en verticale luchtstromingen.
Onder natuurlijke omstandigheden zullen wolkendruppels alleen ontstaan als er voldoende stofdeeltjes (aërosolen) in de lucht zweven. Deze aërosolen werken als condensatiekernen.
Rook kan ook dienen als condensatiekernen voor het ontstaan van wolken.

Als er veel stofdeeltjes zijn, zullen er veel wolkendruppels kunnen ontstaan, in schone lucht zullen dat er veel minder zijn. In het laatste geval zijn de druppels wel groter en kan de wolk makkelijker leeg regenen. Een wolk die bestaat uit veel kleine druppels weerkaatst meer zonlicht dan een wolk met dezelfde hoeveelheid water verdeeld over een kleiner aantal grotere druppels. Er is dus een verband tussen de hoeveelheid stof in de lucht en afkoeling van de aarde. Als er veel stof in de lucht zit en de wolkendruppels klein zijn, zal er minder snel regen kunnen ontstaan. De druppels hebben meer tijd nodig om uit te groeien tot volwaardige regendruppels. Dit heeft twee gevolgen:
– De wolk blijft langer bestaan, waardoor de afkoelende werking wordt verlengd.
– Omdat de wolkendruppels langer in de atmosfeer verblijven, zullen ze onder de juiste condities (wind, temperatuur, luchtvochtigheid) naar een grotere hoogte kunnen stijgen en daar samengaan met ijskristallen. Uiteindelijk zal dit kunnen leiden tot meer intensieve regenbuien.
De benodigde aërosolen kunnen een natuurlijke oorsprong hebben (zoals zeezout) of door menselijk handelen veroorzaakt worden, bijvoorbeeld door de industrie. Het aantal druppels en hun grootte in een wolk bepaalt hoeveel zonnestraling er weerkaatst. Als een wolk minder snel leegregent omdat bijvoorbeeld de lucht veel stof bevat, zal de afkoelende werking langer in stand blijven. De kennis van deze effecten is nog met veel onzekerheid omgeven en leidt tot onzekerheid in klimaatmodellen.